dsvds
Geregistreerd op: 27-4-2007 Berichten: 385
|
Geplaatst: wo 22 apr 2009, 11:04 Onderwerp: brief van begeleidingsgroep op 21 april 2009 |
|
|
Begeleidingsgroep Uitbreiding Nijkerkerveen
p/a van Dijkhuizenstraat 39
3864 DT Nijkerkerveen
De Raad van de Gemeente Nijkerk
Postbus 1000
3860 AB Nijkerk
Nijkerkerveen, 21 april 2009
Onderwerp: Raadsvoorstel Ontwikkeling Kern Nijkerkerveen
Geachte leden van de Raad,
Er is al veel geschreven en gesproken over de uitbreiding van ons dorp. Dat is, gelet op de grote gevolgen – we spreken immers over een verdubbeling van de huidige bebouwde kom –, ook begrijpelijk.
Na ‘De Mening’ van 9 april j.l. en de ontvangst van het verslag hiervan op 16 april j.l. hebben wij ons de vraag gesteld hoe wij als begeleidingsgroep hiermee om kunnen gaan.
Alles afwegend hebben wij besloten ons toch nog een keer schriftelijk tot u te wenden, ondanks het risico dat dit als ‘hinderlijk’ ervaren zou kunnen worden.
Onze overtuiging dat de raad als beslissend orgaan en wij als begeleidingsgroep zoveel mogelijk eenzelfde denkrichting willen hanteren, heeft ons vrijmoedigheid gegeven u nog een enkel punt onder de aandacht te brengen. Wij hebben de afgelopen periode ervaren dat u onze inbreng waardeert en daar ook binnen uw verantwoordelijkheid gebruik van maakt. We zijn u hiervoor oprecht dankbaar en putten hieruit moed om aan de hand van de bekende hoofdonderwerpen nog een enkele reactie te geven.
Uit ons eigen model hebt u kunnen opmaken dat wij dit beschouwen als richtinggevend (zie pagina 14). Het geeft aan, niet meer en ook niet minder, waarin wij samen met u het uiteindelijke doel willen bereiken, te weten een evenwichtige uitbreiding van ons dorp tot een afgerond geheel.
Wonen & Woningbouw
- De hoogte van de bebouwing.
Uw opmerkingen hierover in ‘De Mening’ in combinatie met de beantwoording van de wethouder (pagina 2 vraag 6) stemmen ons hoopvol. Richtinggevend is twee bouwlagen onder één kap. Over een incidentele afwijking van deze norm wil het college nadenken bij de uitwerking van het IPvE in een Masterplan.
Deze standpuntbepaling in combinatie met de opmerking uit uw midden tijdens ‘De Mening’ dat dit kan door een kap te kiezen die ruimte biedt voor een derde laag, vindt goede aansluiting bij wat wij bedoelen met ‘twee onder één kap’.
- Sociale woningbouw.
Het college gaat in zijn voorkeursmodel uit van het gefixeerde percentage van 30% sociale woningbouw. Hoewel wij dit een goed uitgangspunt vinden, gaat onze voorkeur uit naar een flexibelere benadering van ‘sociale woningbouw’ waarbij wij een bodem van 26% hanteren onder de voorwaarde dat er ruimte komt voor zogenaamde ‘zelfbouw’, waarmee wij bedoelen dat er kavels beschikbaar komen voor mensen die daar op eigen initiatief een woning realiseren. Op deze wijze hebben tot op heden veel inwoners van ons dorp ‘met een smalle beurs’ toch een eigen woning weten te bouwen! Graag zien we dit terug in ons dorp. De keerzijde van onze flexibele benadering is dat, indien er minder ruimte is voor ‘zelfbouw’ er dan automatisch meer sociale bouw moet plaatsvinden dan ons bodempercentage.
Gelet op de uitkomst van het overleg in ‘De Mening’ in combinatie met het antwoord van de wethouder hebben wij goede hoop dat ook dit punt zijn nadere uitwerking zal vinden in het Masterplan.
- Aantal woningen per hectare.
In het IOV hebt u gemotiveerd vastgesteld waarom bij de uitbreiding van Nijkerkerveen rekening gehouden moet worden met 20 woningen per hectare (zie pagina 36 e.v. van het IOV).
In aansluiting hierop hebben wij van meet af ons hierin flexibel op willen stellen door te pleiten voor een gemiddelde woningdichtheid van 20 woningen p/ha voor de hele uitbreiding van ons dorp.
We constateren met tevredenheid dat in het voorkeursmodel de gemiddelde woningdichtheid beantwoordt aan de door ons gestelde grens: iets meer in het centrumgebied en iets minder in de buitenrand van ons model. Dit gezegd hebbend moeten we wel een kanttekening maken bij het aantal woningen van de uitbreiding.
- Het totale aantal woningen.
U mag er vanuit gaan dat de inwoners van Nijkerkerveen niet behoren tot de grote familie van de struisvogels die op gezette tijden hun kop in het zand steken. Wij doelen hierbij op het aantal woningen van 700 dat nogal eens ‘verschiet’ in een aantal van ‘circa’ 525 woningen.
Wij zijn van mening dat we elkaar open moeten benaderen en komen in dat geval tot 700 woningen in het door het college gekozen model.
Er zal begonnen worden met 525 woningen ‘binnen de exploitatiegrens’ en vervolgens “wanneer op termijn het zuidoostelijke deel in beeld komt, zullen hier nog 175 woningen bijkomen” (wij citeren hier het collegestandpunt zoals dat verwoord staat in het verslag van de bijeenkomst met de begeleidingsgroep). Dat zijn er samen 700.
Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat particuliere initiatieven (ook projectontwikkelaars) wel degelijk mogelijkheden zien om dit gebied binnen de beschikbare middelen te ontwikkelen.
Ons staat nog voor ogen de discussie die zich voltrok tijdens de raadsvergadering in maart 2007. Door sterk aan te houden heeft de raad op dit punt het oorspronkelijke collegestandpunt van ‘minimaal 600’ met succes weten te wijzigen in ‘circa 600’ in het bestemmingsplangebied dat toen voorlag. U weet nog beter dan wij wat de redenen zijn geweest van uw vasthoudendheid.
Zelf hebben wij ons veel moeite getroost om in de Nijkerkerveense samenleving voldoende draagkracht tot stand te brengen voor ‘maximaal 600 woningen’ met het bestemmingsplangebied als begrenzing. Wij zijn en blijven van mening dat een aantal van 700 de onjuiste richting is die wij bij de start van de opstelling van het ‘Masterplan’ moeten inslaan. Hiermee sluiten we zo dicht mogelijk aan bij de opvatting van uw raad die ‘circa’ 600 woningen bedongen heeft. In de zuidoosthoek zouden in dat geval nog (circa) 75 woningen gerealiseerd kunnen worden.
Wij zijn en blijven van mening dat het college samen met projectontwikkelaars en corporaties de verplichting op zich moeten nemen binnen de door de raad gestelde grenzen – ook de financiële - te komen tot een aantal van (circa) 600 woningen.
Het kan immers niet zo zijn dat nog voor de start van het Masterplan er zo substantieel afgeweken wordt van het raadsbesluit van maart 2007.
Werken & Ondernemen
- Twee zoeklocaties.
We zijn bijzonder tevreden met het feit dat twee van onze drie ideeën met betrekking tot de aanwijzing van zoeklocaties voor kleinschalige ambachtelijke en creatieve bedrijvigheid terug te vinden zijn in het gekozen model.
- De derde zoeklocatie.
Indien ‘Veensche Boys’ onverhoopt toch niet naar het gebied bij Starlight verplaatst wordt, zien wij graag deze locatie alsnog toegevoegd aan de zoeklocaties voor bedrijvigheid. Dit gebied grenst namelijk, anders dan de wethouder stelt op pagina 2 van zijn beantwoording van de vragen in 1e termijn, direct aan bij de toekomstige bebouwing van het (uitgebreide) dorp.
Verkeer, Openbare Ruimte & Veiligheid
- Het Masterplan.
We begrijpen dat veel van de opmerkingen die over dit onderwerp gezegd en geschreven zijn niet eerder dan in het Masterplan aan de orde kunnen komen. Het laat onverlet dat wij veel waarde hechten aan wat door de raad en ons naar voren is gebracht. Op dit moment kunnen wij niet anders zeggen dan dat we de uitwerking nauwgezet zullen volgen.
- Het water.
Het kan niet anders dan dat aan dit onderwerp expliciet aandacht besteed moet worden. We wonen nu eenmaal in een land van ‘het wassende water’ om de titel van niet onvermaard boek uit de Nederlandse literatuur te noemen. Een boek dat ook nog eens prachtig verfilmd is.
Naar onze mening moeten er, nu er toch wat gedaan moet worden aan de waterhuishouding gegeven het feit dat de uitbreiding van ons dorp op verhoogde grond plaats gaat vinden, ook maatregelen genomen worden tot vermindering van de huidige overlast. ‘Zo mogelijk’ hieraan iets doen vinden we te mager. Ons gemeentebestuur zou zich hiertoe verplicht moeten weten.
Sociale Samenhang, Zorg & Voorzieningen
- De zoeklocatie
We zijn er bijzonder tevreden mee dat op dit punt ons model overgenomen is door een grote zoeklocatie aan te wijzen voor alle maatschappelijke voorzieningen die passen bij een dorp van plm. 5000 inwoners. Uitdrukkelijk willen wij aandacht blijven vragen voor een gevarieerd aanbod ‘zorg’ voor jong en oud.
- Onderwijs.
Wij stemmen ermee in dat in de uitwerking van het Masterplan uitdrukkelijk aandacht besteed zal gaan worden aan de eisen die gesteld worden aan onderwijslocaties (en we noemen daar ook bij de noodzakelijke accommodaties voor peuterspeelzaalwerk, kinderopvang en buitenschoolse opvang).
Discussie over het aantal schoolgaande kinderen willen wij hier niet herhalen. Het lijkt ons verstandig ook dit punt nog eens heel goed onder ogen te zien bij de ontwikkeling van het Masterplan.
Het enige dat wij nog willen opmerken is dat ons dorp straks een omvang zal hebben van de helft van ons buurdorp Hoevelaken. Wie daar het aantal scholen telt en de leerlingen die op die scholen zitten (plm. 1100) zal niet anders dan tot de conclusie komen dat er in ons afgeronde dorp aanmerkelijk meer schoolgaande kinderen zullen zijn dan de 390 die de wethouder op pagina 3 van zijn beantwoording in 1e termijn noemt.
Wij vragen u om in het IPvE geen aantallen leerlingen te noemen. Er kan o.i. volstaan worden met de vermelding dat hierop in de uitwerking van het Masterplan teruggekomen wordt.
- Sport.
De sv Veensche Boys is en blijft een belangrijke speler als het gaat om de sportvoorzieningen in ons dorp. We betreuren dat de besluitvorming al in een zover (geheim) stadium is, dat beïnvloeding nauwelijks nog mogelijk is. Het zou beter geweest zijn als in de gepresenteerde modellen de locatiekeuze niet ter discussie gesteld zou zijn.
De belangrijkste reden om tot de instelling van een locatiecommissie te komen strekt zich echter verder uit dan alleen Veensche Boys. U hebt kunnen lezen dat wij nog niet tot een locatiekeuze hebben kúnnen komen omdat niemand inzicht heeft in wat de behoefte is aan binnen- en buitensport in een dorp ter grootte van 5000 inwoners. Wij vinden het absoluut noodzakelijk inzicht te krijgen in deze behoefte, gekoppeld aan het stimuleringsbeleid dat u voert op het gebied van (breedte)sport.
In dit bredere beleidskader willen wij er dan voor pleiten de keuze van de sportlocatie nabij Starlight niet een ‘dichtgetimmerde’ keuze te laten zijn, maar de mogelijkheid open te houden, indien de uitkomst van een behoefteonderzoek daartoe aanleiding geeft, tot een andere, en dan definitieve keuze te komen. De aanwijzing van de locatie Starlight kan, gegeven de afwezigheid van een behoeftebepaling, niet anders dan een voorlopige keuze zijn.
Mocht in een later stadium blijken dat de locatie ‘Starlight’, alles afwegend, de beste plaats is voor een sportcomplex, is het naar onze overtuiging absoluut noodzakelijk hierheen een goede, regelrechte verbinding met het dorp aan te leggen, met name voor de jeugd.
Communicatie
- De tijd.
Communicatie is een ‘moeilijk gegeven’. Eén ding staat vast en dat is dat er hiervoor tijd vrijgemaakt moet worden. We hebben dit nogal eens moeten ‘bevechten’ en met uw steun ook (meer) tijd gekregen.
Tijdgebrek heeft zich ook voorgedaan in de laatste fase van het voorliggende raadsvoorstel en –besluit en de onderliggende stukken die hierbij horen. In de beantwoording van de vragen in 1e termijn hebben we naar aanleiding van de vragen of het verslag van de bijeenkomst met de begeleidingsgroep door ons vooraf goedgekeurd is, tot tweemaal toe moeten lezen dat ‘de begeleidingsgroep hier ook op had kunnen reageren’. Ditzelfde geldt voor de nieuwsbrief die verspreid is.
We moeten hierbij melden dat we het verslag een week later hebben gekregen dan ons toegezegd is. Dat was een week voor ‘De Mening’ en enkele dagen voor verspreiding van de nieuwsbrief. Dat er een nieuwsbrief zou komen, was ons zelfs onbekend. Hoe kunnen wij vooraf reageren op een verslag dat tegelijk aan zowel de raad als aan ons toegestuurd is? Onze reactie kon niet eerder opgesteld worden dan in de brief die wij de week na ontvangst van het verslag u toegestuurd hebben.
Jammer dat de wethouder in zijn beantwoording van de vragen uit de 1e termijn heeft gereageerd zoals hij gedaan heeft. Wat voor goed doel is hiermee toch gediend?
- De inhoud.
‘Communicatie’ vereist zorgvuldigheid wil het een positief effect sorteren. Dat betekent dat partijen elkaar bevragen op de juistheid van wat vernomen is. Wat is de boodschap en hoe komt die over. Dat geldt trouwens ook voor ons.
- Met wie.
Er komt een nieuw communicatieplan voor de volgende fase, die van het Masterplan. Uiteraard is het jammer dat dit plan er nog niet is, want het zou toch klaar moeten liggen voordat gestart wordt met de volgende fase.
De formulering dat de begeleidingsgroep erbij betrokken kán worden, biedt voor ons onvoldoende zekerheid. We zien graag hierover meer duidelijkheid, zoals de raad dat ook gegeven heeft in zijn besluitvorming van maart 2007.
Tenslotte willen wij opnieuw het gemeentebestuur van Nijkerk dankzeggen voor de gelegenheid die ons geboden is actief mee te denken in het hele proces zoals zich dat tot nu toe ontwikkeld heeft. U als raad hebt zelf het initiatief genomen om onze bevolking zo intensief te betrekken bij
de planontwikkeling die ons dorp heftig raakt. Als u, bij de evaluatie van dit proces, tot de conclusie komt met deze wijze van participatie op de goede weg te zitten, mag u zich verzekerd weten van onze steun aan deze uw opvatting.
Mogen wij er in dat geval op rekenen dat deze ingeslagen weg voortgezet gaat worden?
Met vriendelijke groet,
Namens de begeleidingsgroep,
Han van Dam |
|